Hymne.
GOdts wijsheydt houdt voor u cieraet,
En voor der zielen meeste vreught:
Door haer comt yder tot een staet,
Die Godt behaeght, en voedt de deught.
De waerheydt in haer holen woont,
Haer weghen zijn met peys beset:
In hare wercken eer bethoont,
En blijft van sonden onbesmet.
V Vader machtich, wijs en goet,
Zy dienst van ons, en 'shemels hof:
V Soon, en Gheest, die als een vloet,
Van beyde komt, zy prijs en lof. Amen.
Antiphone.
Gheeft my, o Heere, uwe wijsheyt, ende en wilt my niet verworpen van uwe kinderen.