Hymne.
MAria Moeder van ghenae,
By Godt van groot vermoghen:
Wy roepen tot u vroech en spae,
Slaet neer u milde ooghen.
Ghy wordt ghenoemt de gulde poort,
Waer door het licht komt schijnen:
Dat Sathans macht, die ons bekoort,
En sijn nacht doet verdwijnen.
Ghy zijt schoon als de volle maen,
Als die Son uyt-ghelesen:
Als een slach-oorden, siet-men staen
V deughden, macht en wesen.
Lof, Iesu, moet u altoos zijn,
Wilt ons ten rechten leyden
By Mariam, de moeder dijn,
Als wy van hier eens scheyden. Amen.
Antiphone.
Maria is op-ghenomen tot de hemelsche slaep-kamer, daer den Coninck der Coninghen sit in den throon verciert met sterren.