Ghebedt, om te verkrijghen de ghelijckenisse der godlijcker onveranderlijckheydt.
O Onbegrijpelijcke hoocheydt der een-vuldiger Godtheydt, in dry persoonen verscheyden; die volcomelijck de eeuwicheydt besit, ende in u wesen onveranderlijck zijt: neemt van ons alle schadelijcke onghestadicheydt des gheests; op dat wy sonder beletsel, na den eysch van onsen roep, de weghen der deughden moghen bewandelen, ende door het volbrengen van alle uwe willen ende raden, voorspoedelijck tot de eeuwighe salicheydt gheraecken. Die leeft ende regneert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Vers.
Laet ons den Heere ghebenedijden.
Antvv.
Gode zy lof.
Vers.
De zielen der gheloovighen moeten door Godts bermherticheydt in vrede rusten.
Antvv.
Amen.