Hymne.
IEsus vol wonden hinck aen sijn Cruys dry uren,
Waer by Maria beswaerde haer met treuren:
Pijn was der Moeder, des Soons pijn ende schanden,
Siend' hem ghenaghelt door voeten ende handen,
Iesus sterft, en sent sijn Gheest met clare stem om-hooghen,
Maer naer ons, heeft hy sijn hooft, uyt liefde neer-ghebooghen.
V doodt, o Iesu, heeft onse doodt verwonnen,
Duyvel en helle met al haer macht verslonnen:
Het vleesch rebellich, en 'swerelts valsch pracktijcken,
Hebben voor Iesus doodt, als stof, moeten wijcken:
Vwe doodt heeft ons vernieuwt als wy bedorven waren
Dus wilt ons tot 't eeuwich goet, in u genade sparen.
Wie soud' des Vaders prijs en lof konnen swijghen?
Wie tot des Soons dienst, geen goed' begeerte krijgen?
Als hem den Geest Godts, met hem Godt onverscheyden
Selfs uyt sijn goetheyt daer toe soeckt te bereyden?
Danck zy u, die zijt in dry persoonen Godt een-vuldigh,
Maeckt doch ons tot uwer eer, in pijn en ancxt verduldigh. Amen.
Antiphone.
Als Iesus den edick ghesmaeckt hadde, sprack: het is al vol-bracht; ende met gheneyghden hoofde gaf hy sijnen Gheest.