Hymne.
'T Was eens Keysers groot bedrijven,
Al de werelt op te schrijven:
Om des volcks ghetal te weten,
Onder sijne macht gheseten.
'T was oock een ootmoedigh stellen:
Als hem Davids stam liet tellen:
End' ons wilde soo betuyghen,
Dat het salich is te buyghen.
V zy prijs o Heer der Heeren,
Dat ghy ons hebt willen leeren,
Door den Gheest van uwen Soone,
'T rechte pad tot 'shemelsch throone. Amen.
Antiphone.
Ioseph is op-waerts ghereyst uyt Galileen van Nazareth in't Ioodtsche Landt tot Bethleem Davids stadt; dat hy belijden soude, met Maria sijn ghetrouwde huys-vrouwe, die bevrucht was.