Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Stemme: O Heyligh Saligh Bethlehem.

Mynen tijt die comt nu vast aen, Dat ick haest moet gaen om te vrijen, Maer ick wil by een schoone gaen;, Op hoop of ick wat mocht bedijen.

2. Nae gelt en goet wil ick niet sien, Maer wel nae eden lustige dereen, Die wil ick mijn trouw gaen aanbien, Een ander sou ick niet begeeren. 3. Of ick schoon kreegh veel gelt en goet, En had ick tot de geen, geen sinne, Daer ick altijt by leven moet, Soo was het een droevigh beginne. 4. Ick wil doen als het spreeckwoort seyt, Een duysent gulden of twee minder, En te hebben een fraeye meyt, Maer heeft sy goet ten doet geen hinder.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove