Stemme: Si tanto gratiose.
Godin die met u oogen
Den Blixem neersent, tart den Godt der Donder,
‘k Bit hebt met mijn medogen
Ick legh gheknielt voor den Altaer van u wonder,
Ick bid u acht // Doch op mijn klacht,
Siet eens de tranen,
Die uyt mijn oogen,
Stralent komen gevlogen,
Een wech banen.
2. Om dat mijn gebeden,
Door mochten dringen, door u schaduw Wolcken,
Om soo voor u te treden,
Daer sy dan wel met smart sullen vertolcken,
Het groot verdriet // ‘t Geen ick geniet,
Van u ghy die mijn leven,
Hout in boeyen,
Wilt het niet uyt-roeyen,
Maer weer geven.
3. Al wast dat mijn de Goden,
De schoonste Godin aen mijn wilden geven,
Dat Iupiter mijn bode,
Sijn Gulden Throon, ick sou niet konnen leven,
Sonder de geen // Die ick met reeden,
Steedts en eeuwigh beminne,
Dat ick mijn dagen,
Rechte liefde sal toe-dragen,
Om weer-minne.