Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Carileen.

Pronck waerste van onsen tijt, Heftigh beelt, die yders vreuchden zijt Brave Maecht, schoone Vrauw Ghy draecht den meesten roem, Van de soet geurighe Maeghden bloem; ‘t Schijnt dat de Goon, u ten toon Op haer troon, tot sieraet, Willen stellen van haer staet; ‘t Is oock reen, want het geen Ongemeen, hem vertoont,

In dees Maecht is buyten gewoont. 2. Teer spruytsel die uwe jeucht En schoonheyt, siert en bepraelt met deucht Wat is schoon, als het is Sonder toon, of sieraet Van de deucht,die ‘t al te boven gaet: Ach schoon Godin, die mijn sin Treckt tot min, en mijn boeyt Aen die, die in deuchden bloeyt: Dat de Goon, mijn tot loon Een soo schoon, volmaeckt beelt, Wilden geven voor mijn gedeelt. 3. Ick sou haer steets, en altijt, Offerhant brengen met alle vlijt, En tot danck, seggen lof Niet uyt dwanck, als een slaef,

Maer als een die verlanght na een gaef, Die hem tot loon, wert geboon, En ten toon, daer gebracht, Die oeffent dan al sijn kracht, En mijn jeucht, met geneucht Ende vreugcht gaen besteen, Stellen mijn hert heel te vreen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove