Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Stemme: En fin l’amour, est mon Manceur.

1. Volmaeckt Beelt,Goden wonder schoon, Daer de deught en schoonheyt In leyt ten toon, Elck op sijn plaets verspreyt, De deught het binnenste bewoont, En schoonheydt buyten toont, In’t volmaeckt wesen// Weerdigh gepresen, Dat u schoonheydt kroont.

2. D’oogjens glans, het licht verdooft, Met een helder gestrael, Int hooch voor-hooft, Met kaeckjens roos gemael, ‘t Neusjen, daer onder stont, Een root rorale mout Ivore tantjens // Albaste hantjens, Blancke armpjens ront. 3. Hert schijnt ‘t is een opper proef konst, Heel na de konst gemaalt, Gebout vol gonst, Met overvloet bestraalt, Op geciert tot een volmaeckt beelt, Door natura geteelt, Volmaeckte leden // En lustige seden, Elck in haer gedeelt.

FINIS.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove