Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Stemme: Beroemt Breda.

Ick bid Herderin hebt met mijn medogen. Neemt dogh eens achtingh op mijn droef geschry Komt siet de tranen in mijn ogen, Hebt medogen, eer ick van hier verschey, Ist u behagen Te sien mijn verdriet, Of sijn het plagen, Die ghy mijn aenbiet, Die ick voor troost geniet. 2. Wat is het al menigen tijt geleden, Dat ick aen u klaeghde mijn groot verdriet, Met op-offeren en veel gebeden,’ Aen u schoone, ghy die mijn siel gebiet, Maer ick verkrijge, Noyt troostelijck woort,

Sal ick dan swijgen, Dat mijn smart versmoort, Want ghy nae mijn niet hoort. 3. Ick geloove dat men veel eer de steenen, Van hartheyt, vermurwen sou als u hart, Eerder souden de rotsen weenen, Eer dat ghy acht sult nemen op mijn smart, Ia selfs de beken, Souden blijven staen, En haer versteecken, In haer snel voortgaen, Ontfangen mijn getraen. 4. Siet mijn Schaepjens staen gelijc als verwesen Sy sijn treurigh om haer Harders verdriet, Men kan de droefheyt uyt haer lesen, Die sy hebben om ‘t geen dat mijn geschiet,

Ick sal steets hoopen, Wan-hoop my bestrijt, Hoe het sal loopen, Door loop van den tijt, Gedult het alles lijt,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove