Hylas singht, Toon, Lief uytvercoren.
Tis goet de sinne,
Niet al te heet,
In ‘t vier van minne,
Te saem gesmeet,
Want door ‘t genieten,
Van ‘t minne-vier,
Rijst veel verdrieten,
Voor kleyn plasier,
Die niet te hart loopt,
De min niet dier koopt,
Een blaeuwe scheen,
Gater mee heen.