Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Toon: d’Uytmuntenste Herderinne.

Nu lustigh jonge luyden, Weest vrolijck sijt verheught, Laet ons te gaer, Met dit verloofde paer, Bedrijven groote vreught, Want op den dagh van huyden,

Is de vertreck-tijt om, ‘t Beraet is uyt, Nu ist geluck Vrou-bruyt, En u Heer Bruydegom, Ghy hebt u wens ghy sult u wil genieten, Wy wenschen geluck, In dit begonnen stuck, Dat u geen verdrieten, Komen over vlieten, Maer altijt baden in geluck. 2. Dit is dat wy u wenschen, Dat ghy in vreede leeft, Dat doch de Heer, V bewaer voor oneer, Want hy het alles geeft, Tot behoef van de menschen,

Laet ons nu sijn verblijt, Met rijpe vreught, Bedrijven soet geneught, In desen soeten tijt. Lichtelijck wat daer uyt noch kan geschieden, Men heeft dick gehoort, Trouwen brenght trouwen voort, Dat twee jonge lieden, Ons weer vreugyht gaen bieden, Soo houtmen de vreught al voort. 3. Laet ons altemet eens drincken, Lustigh maer met fatsoen, Een roemer uyt, Ter eeren van de Bruyt, Geeft u naesten een soen, Laeten de glaesjens klincken,

Hout het glas sonder hant, Fraey met de mont, Drinckt het uyt tot de gront, Maer raeckt niet aenden rant, Nu lustigh wat gespeelt eer dat wy scheyden, Yemant brenght wat voort, Spel of vermaecklijck woort, Wy moeten wat beyden, ‘ksie daer wat bereyden, Dat haest sal werden gehoort.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove