Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Stemme: Si vous mene voule gare.

Goden wat besproeyt mijn een douw Van ambrosijn en necter vlaeckjens, Die ick smorgens graechjens, Geniet van mijn Vrouw; Sy ist die mijn het leven geeft, Sy alleen tot mijn voetsel, voetsel heeft. Ick draegh een weeldigh groen Om dat sy my komt voen. 2. Aurora ydel is u doen,

Dat ghy mijn ‘s morgens komt bedouwen, Ick sal ‘t hier me houwen, Dit sal mijn wel voen, Want al u koele morgen nat, Op mijn gedout, ick niet soo lief en hat, Als de swoel lipjens douw, Wt ‘t montje van mijn vrouw. 3. Het schijnt Flora een groot verdriet, Dat ghy niet gaet om te bestroomen, Haer gewas en bloemen, Maer die aen mijn biet, Komt bijtjens hier is koningh soet, Dat u beter als bloem dient tot gevoet, Hier is het eenigh soet, Daer ick by leven moet. 4. Corinne sluyt u kaeckjens niet

Voor de Son, die begint te hoogen, Sy kan niet op drogen ‘t Nat dat ghy mijn biet, Schuylt Auroor, P)hebius reyst vry heen, Ick ben met dees’ morgen Son wel te vreden, Gaet ghy en lockt het groen, Dees lockingh sal ‘t mijn doen

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove