Skip to content
1646

Erato

Leonardus Gouwerak

Stemme: Box voetje.

Quinkeleert nu vogeltjens op het geboomt Wilt springen // En singen, Met vreught onbeschroomt, De schoone Carleen, Maeckt haer mijn gemeen: Want sy my haer alderliefste noemt.

2. Ick ben op den top van geoorloofde vreught Mijn groeten // En moeten Veel dubbelt geneught, Het is nu de tijt, Die Tyter verblijt, Sijn droevigh hart dat nu verheught. 3. Neemt mijn tot voorbeelt, gy Herders int velt, Dies sinne // Tot minne Door liefd’ sijn gestelt, Aenhoudende vrijt, Verwachrt een goe tijt Met soet verlangen sonder gewelt. 4. Een dicken boom valt niet van de eerste slach, De sinnen // Te winnen, Van een Maecht men plagh, Te krijgen met tijt,

In veel tegen-strijt, Met soet aen-houwen van dach op dach. 5. Met bidden en smeken verkrijgt men een mach Tot Vrouwe, door trouwe, Die sijn hart behaecht, Saet vast tot den ent, ‘t Geluck u toewent, Een losse minnaer wort meest geplaecht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Erato · Leonardus Gouwerak · Poetry Cove