Aan 't vaderland en de vrijheid.
Aan U, mijn dierbaar Vaderland!
Heb ik mijn lier gewijd:
Voor U, o Vrijheid! - Hemeltelg!
Hef ik mijn zangen aan.
Zong Vlissings jonge Puikpoëet,
Zelandus, t' uwer eer';
Zwoer zijne min U eeuwig trouw,
Hollandus bidt U aan!
Al staakt mijn lier geen' hemelval,
Al kruip ik, daar hij vliegt;
In liefde tot het Vaderland
Wijk ik voor hem - geen' duim.
Die liefde heeft mijn lier besnaard;
Zij vuurt mijn Zangster aan.
En zoude ik langer aarzlen? neen!
Ik speel voor 't Vaderland!
Voor 't Vaderland! ô welk een stof!
Verheven - grootsche taak!
Ja! 'k zing tot heil van 't Vaderland!
Hoe me ook de Hel begrimm'. -