Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: Van den 79. Psalm. De Heyd'nen zijn, etc. O Christendom, dat over 'tcruys dus claecht Tis tegen reen dat ghy dus seer versaecht Als t'aen u comt als u Heer eerst quam leeren Daer ghy van romt, en meent hem wel te eeren Hy sprack eerst keert tot Godt, die yder schoon verrot Sal op wecken ten leven, die steets leeft nae de Wet Van my u voor gheset, door my, van Godt ghegheven. Maer om daer toe, na Godes wil te comen Een glasen zee, met vyer gemengt haer stromen Siet die voor u, daer moet ghy nu deur baden Als ick voor gae zijnde met 'tcruys beladen, Ghy moet uyt vryen wil, u versaken zijn stil V cruys opnemen dragen, en volgen alsoo my Door druck en tyranny, en dat oock alle dagen. Dus comt tot my dienerss[e]n en dienaren Al die met my aldus willen vergaren, Op dit verbont lietmen hem eertijts doopen

Veel stondent uyt werden gedoot met hoopen Sy seydent al adieu, daerom dacht thaer nieu, Alst aen quam, op het lyden, al vielt het vleesch som bangh, Het duyrde doch niet langh, 'tis soet met Godt te stryden. Christen waerom laet ghy't u nu vreemdt dincken, Met uwen Heer synen Beker te drincken Of hebt ghy noyt verstaen uws Heeren leere Dat ghy int cruys u verwondert dus seere? 'tCruys is immers gheheel, hier na 'tverbont, ons deel, Wat doet u dan dus tieren, door 'tcruys nae sijn verbont Gaet men ten Hemel in, onder Christus banieren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove