Op de wyse: 'Tis heden een dach van vrolyckheyt. ICk wensche u veel vredens goet2.Petr.1,2. In u oude daghen, Der stadt Ierusalem voorspoetPhil.9. Nae Gods welbehaghen,Psal.122,3. Dat Salomon regheer aldaer Met syner3.Reg.44.17. wijsheyt openbaer, Als een Vorst vol vreden Dat de Borgers int ghetal, Vrede houden over alEsai.9,6. Nu naer Christi zeden.Psa.122,7. ANders niet en zijn ghesint,Phil.2,5. Dan sijns lijfs lidtmaten, Dat ghy als Gods lieve kindt1.Cor.12.* Meucht zijn inghelaten:Rom.8,17. Als die woecker heeft ghedaen, Met pondenmatt.25,21. van hem ontfaen, Als een knecht des HeerenLuc.19,16. In synen ooghste seer groot, Gheleden menighenMat 9,37. noot, Sijn Rijck te vermeeren. Heeft ghehouden by der handt,4.Esdr.10,30. V in groot beswaren: Godt, die nu can doen bystandt, Sijn trouwe dienaren, Die wil u verstrecken // doch Neerstich te bewercken // noch.1.Ti.1,12. Ierusalems muyren, Datse worden opghericht, En haer luycken sluyten dicht,Psa 51,20. Vrolijck sonder truyren.
1.Ti.3,5.Neerstich weest een cleyne tijt, Mat.16,27.So sal de Heer comen, Brenght den loon des seker zijt Apoc.12,12.Met, en prijst de vromen: Mat.25,21.Hoe sullen daer luchten schier, Die d'ander Dan.12,13.nu leerden hier, Als de Sterren blincken, D'een claerder als d'ander schoon, So sal in des Hemels troon Godt u claerheyt schincken. Eph.2,4.RICKlijck met barmherticheyt, 1.Cor.13,11.Moet hy by u wesen, V met verstande bereyt Exod.31,3.Begaven tot desen, Op dat ghy meucht sien met lust, Apoc.21,2.Ierusalem wel gherust, 2.Pet.1,5.In veel deuchden groeyen, Versamen, so dat behoort, Iere.29,14.Met een Christelijck accoort, En u liefde bloeyen. Soo dat ghy voortaen u tijdt Meucht met vreuchd' doorbringhen, T'aller steden waer ghy zijt, Godt danc en lof singhen Ephes.5,17.'Tzy met stemmen ofte mondt, Spelen uyt Collos.3,16.des herten grondt, Soo u tijdt verbeyden, Tot de Heere comt ghelijck, V te halen in sijn Rijck, Hy wil u gheleyden.
Cookies on Poetry Cove