Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: van den 8. Psalm. O onsen Godt, etc. Psalm.51,1.ALmachtich God wilt u mijnder ontfermen Vaet my doch vast in u g'nadige ermen, V barmhertighe oogen tot my keert Matt.9,2.En my in u te recht betrouwen leert. En my versterckt, vrolijc en vast van moede Maect my (o Heer) en keert mijn saec int goede Want ick ben swack, onmachtich als een riet Sonder u hulp vermach ick min als niet. Psal.58,31.Lief Heer hoe veel zijnder die my beswaren Sterck, onversaecht, en oock seer wel ervaren, Die my bestryden altijt nacht en dach Staet by my dat ickse verwinnen mach. Geen rust en is ter weerelt hier te vinden Mat.8,24.Ic word' bestormt met seer veel quade winden Daerom mijn Godt wilt my troostlijc bystaen Mijn huys moest anders haest te gronde gaen. En so ick ben tot goet doen heel onmachtich Genes.6,5.En tot het quaet ghenegen, 'twelck is clachtich So staet by my, lief Heer en geeft my moedt Dat ick het quade verwin met het goedt. Matt.9,2.Dat ic mach hebben een seer goet betrouwen In u goetheyt, laet my die Heer aenschouwen Alsoo ghy die veelvoudich hebt volbracht, En noch bewijst tegen 'tmenschlijck geslacht. Ia wie mach uwe goetheyt Heer deurgronden Die hier in al u wercken wort bevonden, Laet my dit wel bedencken wel ghepast En dat ick daer op mach betrouwen vast.

En dat ghy zijt ontfarmhertich midts desenPsal.52,2. Laet dit oock mynen troost lief Heere wesen, Want sy stadich over u wercken houdt Over uwe schepselen jonck en oudt. Rijcklijck wilt my lief Heer met verblyden1.Iohan.3,1 Oock in u groote liefden 'tallen tyden Ghy die ons gaeft tot troost u lieve kindt En dat ghy ons daeghlijcks noch seer bemint.Iohan.3,16 In mijn gemoet geeft my oock te betrachten Vwe waerheyt, die ghy vast hout met crachten Belooft dat ghy ons wilt verhooren saen Als wy in Christi naem u roepen aen.Ioh.16,16. Crachtich leert my uwe wijsheyt bedincken Haer te betrouwen wilt mijn hert ontfincken, Dat ghy (lief Heer) wilt mijn versorger zijn Ons regeeren in alle dinghen fijn. Kennen leert my dat ghy crachtich in daden Zijt, en daer by, met mogentheyt beraden En kondt alle mijn vyanden verslaen, Dat sy te rugh mochten ruymen die baen. Sterckt in dees' saken lieve Heere goedich Mijn betrouwen en maeckt my sterc en moedichMatt.9,2. Dat ick mijn reys volvoer na 'themels landt Niet deur mijn cracht, maer deur u stercke handt. PEINSt op my Heer, en weest doch mijn berader Want ghy zijt onsen Godt en lieven VaderMatth.6.* Wy u hantwerck, en schepsel, swack en teer Niet ons, maer u behoort alleen die eer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove