Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: daer ic gister avont quam daer scheen, etc. 2.Petr.2,21T'Onsen voorbeeld beradich, Ioan.13,1.Ginck Christus voor ter tijdt, Ephes.4,21Int oprecht wesen dadich,

Eeuwich ghebenedijdt, Soo die Schriftuyr belijt, Tot synen Vader, soo hy sprackIan.14,12 Willen wy zijn verblijt, So moeten wy met vlijt, Volghen sonder respijt.matt.16,25. Recht moeten wy nae treden, En in den geest nu gaen, Tot Gode van beneden, En dencken naer 'tvermaen, Niet met ydelen waen, Op sijn almachtich wesen sterck, Wat hy al heeft ghedaen,Actor.17,25 Ons rijck heerlijck beraen, Soo wy't hebben ontfaen.Collos.4,1. Iae wy moeten van desen, Hem brengen danckbaerheyt, Met ghehoorsamen wesen, Voor syne majesteyt,Apoc.3,18. Niet naeckt maer wel becleyt, Met woorden en met wercken hier, Wandelen wel bereyt, Dit wordt ons opgeleyt, Te doen met goet bescheyt. Noch moet men gaen hier neven, Tot Gods wijsheyt devoot, met gedachten aencleven, Hoe dat wy naeckt en bloot, In des levens aenstoot, Voor hem ghestadich wandelen,Hebr.4,13. Hy siet het cleyn en groot, En sal straffen uyt noot, 'Tgeen dat hem hier verdroot. Goetwillich en gheneghen Souden wy dan voorwaer, Acht hebben op ons wegen,Neerstich zijn allegaer, Sonder eenich beswaer,Ephes.5,15. Wijslijck voor Godt te handelen, In al ons doen eenpaer, Als voor den rechter claer, Diet richten sal hier naer. En wy moeten ons keeren, Tot Gods mildicheyt snel, Die nae 'sherten begeeren,Genes.15,1. Ons sal beloonen wel, Verlost van't helsch ghequel,Sap.5,16.

Metter eeuwiger salicheyt, Door sijn Godlijck bestel, Houden wy sijn bevel, En zijn hem niet rebel. Iae laet ons doch ontfincken, Om dit eeuwighe goet, Gheen hert en cant bedincken, Esai.64,17.Wat Godt den synen doet, 1.Cor.2,10.Zijnde in sijn behoet, Noyt ooghe en sach dat voorwaer, Noch oore metter spoet, En hoordent, int gemoet, Moet ment ontfangen soet. Alsoo moeten wy stadich, Nu dagelijcks gaen voort, Voor sijn oordeel beradich Matt.5,25Soo ons dat toebehoort, Luce,12,58.Om te maken accoort, Ons met hem te bevredighen, Al na sijn heylich woordt, Eer dat hy comt verstoort, Matth.25.Metter straffen aen 'tboort. Comen wy onberaden, Rom.1,15.Anders op dennen dach, So sullen ons misdaden, Over ons doen beclach, Wee onser deur 'tghewach Hoe sullen wy bestaen voor hem, matt.25,42.Elck een dit proeven mach, En maeck een goet verdrach, Eer comt des oordeels slach. Ock mochten wy te samen, Soo nemen onsen ganck, Alst ons wel soud' betamen, Dit corte leven lanck, Van herten vry en vranck, Om gaen tot onsen lieven Vaer, Ioan.15,2.Naer ons vermoghen cranck, Elck als een vruchtbaer ranck, Hem tot eere en danck. Apoc.21,2.Boven zouden wy comen, Ioan.13,1.Dan in des Hemels stadt, Daer Christus Ioan.17.uytgenomen, Doenmaels voor henen tradt, Ioan.16,22En voor ons neerstich badt, Wy sullen met hem vrolijck zijn,

Treden wy desen padt, Als een orboorlijck vat,1.Thess.4,4. 'Tis sijn belofte plat. Sterckt ons hier in (lief Heere)Psal.138,7. Met uwer rechter handt, Alleen tot uws naems eere, Dit vastlijck in ons plant, Gheeft ons hier toe verstant,Actor.1,8. En crachte uwes heylgen Gheests, Door uwer minnen brant, Leyt ons soo valiant, Nae 't Hemels schoone landt.Apoc.21,2.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove