Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: Comt Rethorijckers wilt ontdecken. Susan.*SVSANNA was vol kuysscher zeden, Vreesde den Heer van herten gront,

Als oock haer vroome Ouders deden, Sy wandelden in Gods verbont, Alsoo laet ons oock wel ghesont, Den Heere hebben steedts voor ooghen, En ons na synen wille voeghen,Psa.25,15. Levende nu tot aller stont. In ons ghemoet laet ons betrachten, Onse afcomst van boven claer, Sy is bovenIoan.1,13. d'aertsche te achten, En comt van Godt den lieven Vaer, Elck dinck synen geslachte naer Oft hy oock is nae de Schriftuyre, Heel gantsch een nieu creatuyre,Gal.6,18. En soo verandert openbaer.Matt.18,3. Als wy ons dan vinden beladen,marc.11,27. Gantsch ongheschickt, en heel mismaecktEzec.16. So laet ons in het water baden, Van GodsIoan.1,17. genade bloot en naeckt, Tot reynicheyt comtIoan.13,10. men gheraeckt, Voor onsen Godt te openbaren, Als Christus comt met syner scharen,matt.25,31. Wel hem die dese goetheyt smaeckt. Comen dan tot ons valsche boeven Om ons te schenden met der daet VerborgenEph.4,14 in 'sHeeren voorhoven, Met haren seer vernuftenColoss.2,4. praet, Wt welcken niet en volght dan quaet, Dat onsen Heere doet mishaghen, En consenteert tot ghenen daghen, Of het u schoon aen 'tleven gaet. Op 'sWeerelts lust en wilt niet achten,1.joan.1,2,15. Vrienden, die nieu ghebooren zijt, Niemant1.Petr.1,23 en sal u hier vercrachten. Ist dat ghy vroomGen.34,3. en Manlijck strijdt, Oft u mochte gheschieden spijtEphe.6,12. En ghy quaemt in anghste van 'tleven,2.Sam.14,24. En wilt u leden niet begheven,Susan.22. Nu tot der zonden t'ghener tijdt.Rom.6,13. Blijft by het geen, dat is voorsprokenIud.11,35. Wt uwen mondt, voor Godt den Heer, D'echte moet blyven onghebroken,Ephes.5,30.

Wilt ghy bestaen en houden eer, Iac.1,23.Spiegelt u daeghlijcks in Godes leer, Dat hem mishaeght, wilt geern verlaten, Wat hy misprijst, dat wilt oock haten, Volbrenghen alleen sijn begeer. Rom.8,35.Soud' yet ter weerelt moghen scheyden Ons van Gods liefde menichfout, 1.Petr.2,9.Och neen, wy willen nu uytbreyden, Al sijn Psal.95,1.goetdaden onverflout, Comt met my, vrienden Psal.96,7.jonck en out, Helpt my den Heer onsen Apoc.14,7.Godt prysen, En hem groote eer bewysen, Hy alleen ons doch onderhoudt. Gal.1,2.DOCHTERs en sonen hoogh van namen Ps.68,35.Broeders en Susters even schoon, Psal.95,5.Prijst met my onsen Godt te samen, Luce,7,22.Den Coninck groot in synen Throon, Matt.3,17.Die ons door synen lieven Soon, Die waren Apoc.2,10.arm, heeft aenghenomen Hy wil ons noch te hulpe comen En geven ons des leven Croon.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove