Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: Ick roep u, o Hemelsche Vader aen. GHY VRIENDEN DIE alhier vergadert zijtMat.18,20Luce 24,14.Act.10,33. Laet ons neerstich betrachten,Actor.10,33 Oft wy oock al te samen onsen tijt,Rom 13,21. Nu waernemen met vlijt, So die Schriftuyr belijt,1.Petr.2,11. Wt allen onsen crachten. INT Euangelie vinden wy claermatt.13,45. Hoe dat wy sullen soecken,Matt.6,33. 'Trijck Gods als een Coopman voorwaer, Die uyt trock met ghevaer, Soeckt Peerlenmatt.13,46. hier en daer, Costlijck in allen hoecken. GODT wil oock dat wy om het Hemelrijck, Laten des weerelts zonden, En ons oock selve versaken met blijck,matt.16,24 Laet ons toe sien gelijck, Oft wy sonder beswijckmatt.10,38. Aldus worden bevonden.marc.8,34. OP dat wy des weerelts straffe ontgaenLuce,9,23. Moghen en ons verblyden,Luce,14,27. Moeten wy als Abraham heeft ghedaen,Gen.12,4, 13,1. Ons gheven op die baen, Die leyt ten leven aen,Hebr.11,8. Soo voortgaen allen tyden. MAeR men moet het rijck Gods neerstich voor alMatt 6,33. Soecken, salment hier vinden,Matth.7,7. Want wie dat alsoo soeckt hy't vinden sal,Luce,2,12. 'Tkint leyt diep inden dal, In die crib in den stal, Ginck ment in doecken winden. CVSsen wilt dat nu in ootmoedicheyt,Luce,7,45. Met een herte ghebroken, Int cuys ghemoet hy hem neder leyt Wie deur hem tot Godt schreyt, Om t'ontfangenLuce,2,18. bereyt, Zijn sijn armen ontloken. HOF en huys men daerom verlaten moet

Dese Peerle te coopen, Wat batet doch anders den mensch onvroet Dat hy al 'swerelts goet, Won ende verloor onsoet, matt.19,21.Sijn ziel, wat helpt sijn loopen. Luce,12,33. 16,9.VERSAMEN moetment nu vercoopen dan, Dat men heeft over gheven, matt.10,37.Niet liever hebben kint, wijf, oft man, Luce,14,26Christus die seyt hier van, Dat men niet dienen can Matt.6,24Twee Heeren in dit leven. Luce,16,13.NEEMT DIT TER HERTEN bedenckt u doch wel, Al ist werck schoon verlaten Iob,31,1.Oft die oogen van overspel, Vry zijn van dat gequel, Eccl.62,16.En het begeeren snel Matt.5,28.Zy uytgheblust der maten. Exod.23,8.ALLE giericheyt cleyne nochte groot, Prov.15,27En moet men meer hantieren Collos.3,5.Die traecheyt en die hoocheyt als den doodt 2.Tim.6,10Myden dennen aenstoot, En volghen Christum bloot Rom.12,11.Met Christelijcken manieren. matt.10,38, 16,24.MET herte, zin en ghemoede soo voort Marc.8,34Ons nu tot Christum keeren, Luce,9,23.Onse ooren al nae sijn heylich woordt matt.13,43.Neyghen soo dat behoort, Gehoorsaem met accoort Apoc.2,7,11Ons schicken t'sijnder eeren. NAMEN wy dit waer en worden verset, Matth.10,38,16,24.In sijn treden ons voeten, En volghen hem nu soo naer onbelet, Matt.10,22,24,13.Volstandich onbesmet, Nu naer sijn nieuwe Wet, Veel troost soud' ons ontmoeten. GODs lieve kinderen souden wy zijn, Hy ons Vader ghepresen, Sijn Goddelijcke cracht en macht devijn, Soud' ons beschermen fijn, Van alle druc en pijn Onse verlossingh wesen. matt.25,21.GEVEN soud' hy ons die eeuwige vreucht

Als wy van hier nu scheyden,Psal.103,4. Op setten die croon der eeren verheucht,1.Petr.5,4. Dus laet ons van der jeucht, Doch staen na2.Tim.4,8. dese deucht, En ons neerstich bereyden.Iacob,1,12. ONSe leven is cort, den tijt snel vergaetmatt.25,10. Wy en weten hier genen morghen,Iob.14,18.9. Laet ons doch nu tot onser zielen baet, Vertoeven niet te laet, Elck een volg goeden raet,Mat.25,10 En wil sijn ziel versorghen. T'SAMEN SIIN GHENADE gheeft ons de Heer,Ps.103,17,119,41,76,143,8 En hy wilt in ons wercken, 'Tcomt altemael van hem tot sijnder eer, Wilhy't noch altijdt meer, 'Tis ons hertsen begeer, In ons alsoo verstercken.1.Petr.5,10 AMEN soo bidden wy nu int ghemeyn O Godt wilt ons verhooren,Psal.4,15. Want ghy doch zijt onse toevlucht alleyn,Psal.143,9. Helpt onse cracht is cleyn, Door IesumMatt.8,25. Christum reyn, V lief kindt uytvercooren.Marc.9,23

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove