Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: Wie S. Iacob besoecken wil, ofte: Te Mey als alle vogelkens singen. Psal.66,13.LAet ons in 'sHeeren Tempel gaen, Mat.7,15.En doch den wegh wel gade slaen, Colloss.3,1.Dennen wy moeten treden, En climmen tot Matt.3,6.den Hemel aen, Naer boven van beneden. Act.19,18.1. Int eerste moet ons zijn bekent, Onse zonde in dit ellent Esa.55,7.Die moeten wy verlaten 1.Petr.3,11.Van aller boosheyt afghewent, Luc 14,26.Ons eyghen leven haten. 2. Eph.2,17.En treden tot Godt onsen Heer Hebr.10,10.Door Christum int gheloove seer, Coll.1,14Vergiffenis t'ontfanghen Door sijn lyden, Matt.7,13.naer sijn begheer Schicken al onse ganghen. 3. Noch moeten wy ten derden fijn, 1.Cor.12,13.Met Christo inghelyvet zijn, Bekennen daer beneven, Dat hy ons desen stant devijn, Ephes.2,4.Doet uyt ghenaden gheven. 4. Ten vierden moet men in dit huys Mat.10,22.Bestandich dragen Christi Cruys, Dit ontmoet 2.Ti.3,12.al den synen, Christus ginck voor in dit gedruys, 2.Pet.2,21.Luc.23,20.Naemt op hem met veel pynen. 5. Hy die recht climt, hoort dit propoost. 1.Cor.10,13.Moet oock bevinden hulp en troost Hebr.2,18.Van Christo in sijn lyden, Want hy staet by Luce,21,13.2.Cor 8,1.de zijn altoost, Doetse in druck verblyden. 6. Iae wie soo climt en opwaerts gaet, 2.Cor.10,15.Moet oock bevinden met der daet, Dat sijn Hebr.11.gheloof wordt crachtich; Vrienden dit is den sesten graet, Hy leyt tot Godt almachtich. 7. En dan hoort daer naer oock hier by, 1.Ti.1,19.Een goede consciency vry, Gal.2,19.In Christo te ghelooven, Eph.1,7.Dat hy onse Ps.124,8.Verlosser zy, En ons hulp comt van boven. 8. Naer desen ten achsten oock streeft,

Tot Christus sijn woonstede heeft Int herteGal 4,19. met betrouwen, Als een goet huyshouder beleeft,2.Cor.1,22. Oprecht in Gods aenschouwen. 9. Int neghende opclimmen soet, Men oock den Eph.1,3.zeghen hebben moet, Door Christum hoogh verheven Kintlijcke vrees',2.Ti.1,7. en liefde goet Dient oock ten nieuwen leven. 10. Al ist dat ghy wordt seer benijdt,Sap.2,21. Soeckt t'overwinnen in den strijdt,1.Ioan.2.13,14. Den Satan, Doodt en Zonde,1.Ioan.5,4. De Weerelt (deur Gods goetheyt wijdt) Stootse heel gantsch ten gronde. 11. Cloecklijck ten elfsten u bewaert,Iac.4,16. Dat doch gheen gheestlijcke hoovaert, Haer by u en laet mercken: Gheveynstheyt isEsai 32,6. ten quade aert, Godt haetse diese wercken. 12. Op dat ghy hoogher climt, u houtIac.4,10. Ootmoedelijck in der eenvout, Christlijck2.Cor.11,7. int hert ghelaten, By al Gods gaven meenichfout,Ephes.4,8. V ghegheven by maten.Iac.1,17. 13. Bekent voortaen reyn ende puyr Iesu Christi rechte natuyr, Ons van GodtIoan.3,17. hier ghesonden, Wt den Hemel in dit ghetruyr,Ioan.6,52. Esa.57,13Te heylen onse wonden. 14. Seer neerstelijck u doch bereyt,1.Cor.14,1. Tot liefde, vreed', en eenicheyt, Met ChristelijckenEphe.4,3. zinnen, Dees trap moet men oockPhil.2,5. met bescheyt Int opclimmen beginnen. DOCH neerstelijck u oock bewijst, Dat ghy Godt looft // danckt enden prijstCollos.2,17. Eeuwich tot allen tyden, Elck een die nu also oprijst, Sal hem eeuwich verblyden. TE Recht gaet hy, die dit verzintHebr.3,15. En die nu by tyde begint, Bereyt hem metMat.25,2. den vromen, Hy sal naemaels als Gods lief kint, Tot syner rusten comen.Hebr.4,1.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove