Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse: Ghenaed' en vred' van onsen Heere, etc. DEn Bruydegom die Christus heet, Wensch ick u al te samen,Phil.2,8. Die voor ons aen het Cruyce leet, Ick groet u al met namen.1.Ti.5,4. WEDVWEN waer dat ghy nu zijt, 2.Cor.1,4.Met droeffenis bevanghen, In desen Bruydegom Phil.3,1.verblijt, Psal.38,3Naer hem hebt u verlanghen. 1.Ioan,2.17.DIE lust der Weerelt niet bemint, Vwe hoop wilt doch setten, In Godt en elck een als sijn kint, Wie mach u dan hier letten. DIENen wilt doch God dach en nacht In den heylighen Tempel,Luc.2,36. Als Anna haer tijdt heeft bedacht, Dit is een schoon Exempel. HEERlijck en schoon soo vinden wy, Van Iudith oock gheschreven,Iud.8,4. Hoe sy in haer huys even vry Weduwe is ghebleven. VAN dier tijt aen dat haer Man sterf, Heeft sy tot Godt ghebeden, Daer om sy grooten lof verwerf Bequaem waren haer reden. 1.Pet.3,10HERT EN mondt oock alsoo regiert In aller goeder maten,

1.Pet.2,1.Dat ghy doch niemant en blamiert, 1.Ti.5,13.Loopt doch niet achter straten. Psa.34,10VREESEN wilt onsen lieven Heer, Hy salt met u wel maken, Troost u altijdt met syner Leer, Psa.55,23.Beveelt hem uwe saken. 1.Petr.3,3WTwendich u niet en verciert, 1.Tim.2,9.Maer inwendich ghepresen, Tit.2,3.Siet dat ghy uwen dach soo viert, Met eenen stillen wesen. LIEFDEN hebt tot der Rom.13,13 eerbaerheyt 2.Cor.6,18.Als Godts dochters seer goedich, Hy heeft sijn armen uytghespreyt, V te ontfanghen spoedich. GHESONDEN is dit cleyn ghedicht, Wt broederlijcker minnen, Godt gheve dat het u soo sticht, Apo.2,10Dat ghy de Croon meucht winnen. Iaco.1,22Laet dit doch dadich by u zijn, Ick laet u hier met groeten, Waer dat ghy zijt op dit termijn Coem u de Heer te moeten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove