Op de wyse, van den Linden Smidt, etc. Rom.1,7.GEnaed' en vred' van Godt den Heer, Matt.7,24.Om te bewaren Christus leer, Ephes.3,15.Wil u de Vader gheven, 1.Thess.16,23.Deur synen soon, 'tis mijn begeer, Soo langh' als ghy sult leven. Apoc.17,7.Een groote vreucht is voor de handt, 4.Esdr.2,10.Te erven in het schoone landt, Die ons Godt gaet beloeven, Eph.1,14.Hy gheeft ons eenen onderpandt, Eph.4,30.Den laet ons niet bedroeven. 1.Pet.1,15.Reyn, heylich, moeten wy ghestelt Lev.11,44.Zijn, elck een als een trouwe heldt, Luc.21,16.Met lijdtsaemheyt verbeyden, Iacob 5,7.Den Heer, behoudt ghy soo het veldt matt.25,34.Soo sal hy u gheleyden. marc.21,25Dat ghy sult comen in sijn Rijck, Esa.64,17.Gods Enghelen werden ghelijck: Wie cant doch overdincken, De vreuchde die ons sonder wijck, Godt door Christum wilt schincken. Apoc.14,13.Rust sullen wy hebben aldaer, Van onse wercken allegaer, En met Christo verblyden,
Soo wy hem trouwelijck volghen naer,1.Pet.2,21. En wijcken niet bezydenLuc.22,28. Van Christo nemmermeer en wijckt Naer Sodoma niet om en kijckt, Loths wijfGen.19,26. is drom verganghen, In eenen Soudtsteene ghelijckt, Bedenckt dit met verlanghen. Wilt doch al u betrouwen groot Op Godt stellen in aller noot,Rom.5,2. Gheeft hy een goet uytcomen,Hebr.3,6. Wie hem vertrout tot in der doot, Wordt van hem opghenomen. Tot hem neemt uwe toevlucht al,Luce 15,21. Hy u lieflijck ontmoeten sal, Hoe soud' hyRom.8 32. ons verlaten, Hy die sijn kindt in desen val, Ons gheeft tot onser baten. Nu ist, hoort die begheerte mijn, Dat ghy doch wilt ghetrouwe zijn, In Godes goede gaven,Matt.25,15,16. En helpt den Armen neerstich fijn En wilt de krancken laven. Op dat ghy doch meucht hooren dit, Comt mijn lief kindt, mijn Rijck besit, Hoe salich zijn haer ooren, Die aenghedaen met een cleedt wit, Dit alsdan sullen hooren.Apoc.6,11. Te samen weest doch nu verblijt, Nu ghy ghelijck beroepen zijt, Int RijckeApoc.2,25. Gods hier boven, Houdt dat ghy hebt tot aller tijt, Laet u croon niet beroven. Segghen adieu wil ick hier met O ghy beminde, hier op let, Godt die wil u bewaren, En gheven dat wy onbesmet, In den Hemel vergaren.
Cookies on Poetry Cove