Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse van den 9 Psalm: Here, ick wil u uyt 'shertsen gront, etc.

MEt een toegheneghen ghemoet, Wensch nick u Gods ghenade goet,Rom.1,7. Mijn alderliefste in den Heere,2.Thes.1,3. Dat u gheloof altijdt vermeere. Als ghy Christum hebt aenghedaenGal.3,27. Soo wilt doch vromelijck voortgaen,Colloss.2,6. Vleesch ende bloet wilt doch bedwinghen,Rom.8,12. Bemint niet meer des Aerdtsche dinghen.Colloss.3,2. Recht moet ghy zijn Hemels ghesint,Phil.3,20. Ghy zijt beroepen tot Gods kindt,2.Cor.6,17. Hy nam u aen, als een goet Vader,Luce,15,22. Door synen Soon onsen ontlader. In Godt weest nu altijt verheucht,Phil.3,1. Vercondicht uyt sijn groote deucht:1.Petr.2,9. Die u door Christum is bewesen,Rom.5,1. Die u van zonden heeft ghenesen.Esa.53,8. Seer lieffelijck hy u ontfinck, En gaf u eenen vingerlinck,Luce,15,22. Aen uwe handt, en ginck u trouwen,Ephes.1,14. Houdt u by hem, 'tsal u niet rouwen. Voor u hy nu sorget altijt,1.Petr.5,7. Nu ghy in Gods Ghemeynte zijt, Ende hebt u daer toe begheven,1.Pet.1,16. In heylicheyt voortaen te leven.matt.25,4. Rust u, en maeckt u lamp bereyt,Mat.22,12. Verciert u met het Bruylofts cleyt, Op dat ghy niet en comt tot schanden, Als ghy van eenen hebt verstanden. Tot der Bruyloft, in dat ghelach, Ginck hy, maer de Coninck hem sach, Seggende: ginck hy tot hem spreken, Vriendt, hoe comt ghy hier in ghestreken? Soo naeckt en bloot, en onverciert, En hebt gheen cleedt daer ghy met viert, In den grooten Sabbath des Heeren? Ghy moet met schanden u uytkeeren.

Mat.8,10, 25,30.Dan sal hy segghen op dat pas, Tot synen knechten: neemt hem ras, Luce.13,26.En bint hem voeten ende handen Werpt hem in de Hel te branden. O mijn beminde, hier op past, Wee haer die daer comen te gast, Want daer is weenen ende claghen, Dat sal duyren t'eeuwighen daghen. Comt en besiet het onderscheyt, Mal.3,18.Daer van ons Malachias seyt, 4.Esd.2,42Hoe Godt de vromen gaet beloonen, Sap.5,17.En met den crants der eeren croonen. Apoc.2,11.Houdt dat ghy hebt, verbeyt het loon, 4.Esd.2,42Dat u niemant en beroof u Croon, Deut.6,19.Christus salse dennen opsetten, Eph.6,16.Die haer met boosheyt niet besmetten. Matth.6,8Tot Godt den Heer u begheeft Luce.18,9.In het ghebedt, soo langh ghy leeft: 2.Cor.6,1.Wat u noot is, sult ghy ontfanghen, Ist dat ghy aenhoudt met verlanghen. En wilt Gods goede gaven niet Versuymen, wat u hier gheschiet, 1.Pet.2,21.Weest altijt vroom na Christi zeden, In sijn voetstappen wilt doch treden. Recht uyt een broederlijcke aert, Soo is dees dicht by een vergaert Datmense niet alleen soud' singhen, Maer neerstich zijn in het volbringhen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove