Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

Op de wyse van den 3 Psalm: Hoe veel is des volcx, etc. SPruyten in Syons dal, Nu geplant over al, Ick wensch u Gods ghenade, Voor een vriendtlijcke groet Van Godt bequaem en soet Altijt vroech ende spade Op dat ghy mercken meucht Ephes.4,14Of de nieu mensch verjeucht, Meerder wort en volcomen, En of ghy sindt der tijdt, Dat ghy vernieuwet zijt, Oock wat hebt toeghenomen. ARdelijck sult dat ghy, Bemercken recht daer by Ist dat ghy gaet versinnen Ende u schuldich kent, Luce,17,1.Dat ghy onvolmaeckt bent, Van buyten en van binnen Wie Godt behaghen sal, Moet hier int Aerdtsche dal, Hem felven Gen.18,27.gantsch mishagen, Soo alle vromen saen, Eccles.3,19.Voortijts hebben ghedaen, Deden haer nedrich draghen. Alsoo sult ghy dan voort Deut.32,2.Gheern hooren Godes woort 'Tdoet die perfectheyt geven Daer deur wast men en groeyt

Als 'tgras van regen bloeyt, Tot den eeuwigenEsaie.55,11 leven. De Menschen int ghemeyn, Van den broode alleyn Niet en leeft, soo wy weten,Sap.16,26 Maer van Gods woorden claer, Leven die allegaer, Die dat gheestelijck eten. VAN DER straffen bespiet Die broederlijck gheschiet, Die men geernProv.15,31. doet ontfangen, Wort men oock seer ghesticht Als men sulck goet bericht, Geern aenneemt met verlangen Wie castydingh verlaet, Verwerpt sijn ziel als quaet, Maer die wort wijs int gronden Die sy aenneemt te recht, Hy sal wel een cloeck knecht, Voor Godt worden bevonden. Leeren moet men noch meer, Oft men oock Godt den Heer, Stadich heeftTobie,4,4. voor sijn oegen, Sijn teghenwoordicheyt,Pro.28,14. Maect ons neerstich bereyt, Tot synen dienst te voeghen: Als wy weten certeynApoc.2,2. Dat t'samen groot en cleyn, Hy aensiet onse wercken Soo zijn wy neerstich snel, Om nu te wercken wel, Dus mach men 'tgroeyen mercken. INt herte draghen bloot, Christi lyden en doodt, Doet wassen en vermeeren, Den nieuwen Mensche vroech,Galat.6,19 Daerom oock Paulus droech, Die litteyckens sijns Heeren Stadich int lichaem, want Het verlicht ons 'tverstant Doet het gemoet ontsincken, Ontsteeckt die liefde soet, Werckt heylich int ghemoet, Als ment recht gaet bedincken. DEN nieuwen Mensch verclaert, Hem hier in openbaert, 'Twasschen en het groeyen: Ghy die u ziel bemint,

Siet of ghy't oock bevint, En vyerich zijt int bloeyen, Hier op te hebben acht Help Godt met syner cracht, Hy wil ons wel beraden, En wat ons noch ontbreckt, Vervullen heel perfeckt, Wt louterer ghenaden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove