Op de wijse: Verblijdt u lieve Christen ghemeyn, ofte, Het is dat heyl ons comen hier. ALs wy tot sanck gheneghen zijnExod.15.21. Ons hert Godt t openbaren, So laet ons1.Cor.4.5. doch daer tegen sijn, Stellen des herten snaren,Ephes.5.19. Op dat 'tgene ons ziele queelt,Colos.3.16. Iae wordt ghesonghen en ghespeelt,Psal.25.1. Com voor Godt der Heyrscharen.Eph.5,19. T'hert moet voor al wel zijn bereyt,Actor.10.4. Om recht voor God te singen, Comende voorSyr.2.1. ende vers 20 sijn Majesteyt, Claegh-liedekens te bringen,Hiob,1.6. Ierem.31.15 En om den Heere te 1.Cor.1.2.roepen aen 1.cor.14.15Dit moet met aendacht zijn ghedaen, Ghewent van Aerdtse dinghen. Marc.1.6Sond' rauwelijck tot dier stondt T'ghemoet moet zijn verslagen, matt.18.4.Vernedert,Psal.51.19. en van herten grondt, Leet voor de zonden draghen, Als ons Herp so inwendich clincktMatt.5.4. Int ghen' dat men voortbringht en singht,Ephes.5.19. Soo salt Godt wel behagen.Col.3.16. Hier toe behoort voor al noch meerPhilip.4.6. Een begeerte int gronden, Om te bidden vanMatt.6.12. Godt den Heer, Quijtscheldinge van zonden,Luce.11.4. Vrysprekinghe van der misdaetMatth.9.2. En onsen boosen leven quaetLuce 5.20. Daer wy in zijn bevonden.1.Ioan.1.9. Iacob.1.6.Een vast gheloof hoort oock daer by:Psal.125.4 Galat.5.5. Mat.11.28. Esai.1.18. Ephes.2.7. 4.Esd.16.68Matth.3.8Iudit 7.3. 1.Petr.3.11. Dat God (vol van weldaden), Ons door Christum wilt maken vry, En van zonden ontladen, En dat hy noch wil boven dit Ons bloet-root zonden wasschen wit Wt louterer ghenaden.
Vastlijck men oock voornemen moet Die zonden te verlaten, En gheven hem tot ware boet, Het oude leven haten, Tot goet-doen hem begheven stil, Wie claegh-liedekens singhen wil Moet dit ter herten vaten.
Pause.
Als wy Godt sullen loven schoon, Apoc.14,7.En hem danckelijck prysen, Soo moet ons Tren.3,41.hert, gemoet en toon, In den Hemel oprysen, 2.Tim.2,22Esai.57.19T'hert, ziel en gheest ontbloot zijn moet Colos.1,12.Dat het ons lippen roeren doet, Rom.2,4.Ons dancklijck te bewysen. Godts goetheyt die moet zijn betracht Die hy eerste heeft bewesen, En kenlijck aen ons heeft volbracht, Sal ons lof zijn gepresen, Bevint ghy gheen goet daet van Godt, Math.7,5.So ist loven van u schier spot, Claegh liever, bangh, met vresen. Ephes.5,10.Die nu den anderen vermaent, Colos.3,16.Int singhen hoogh verheven, Gae door den wech te recht gebaent, In een gehoorsaem leven, Hier toe (Heer) ons begeerte streckt Op dat wy singhen gantsch perfeckt Apoc.11,17V eer en prijs opgheheven. Bereyt ons hert, maeckt ons bequaem, Esai.6,7.Reyn lippen geeft ons t'samen, Op dat wy nu, O Godt eersaem, Recht singen naer 'tbetamen En dat den toon van onsen sanck, Matth.6,6.Mach hebben inden Hemel clanck, Tot uwer eeren, Amen.
Cookies on Poetry Cove