Skip to content
1625

Het groote liede-boeck

Leenaert Clock

op de wyse: Laet ons den Heere loven, van al dat hy ons doet. ICk wensche u Gods Rom.1,5.vrede, 1.Cor.1,2.Beminde in den Heer, 2.Petr.1,4.Een natuyre, na Iesus Christus zede, Eph.1,6.Op dat ghy meucht tot syner eer, Mich.6,8.Volbrenghen alleen sijn begheer. Deut.10,13.Dat ghy nae Gods behaghen, Act.17,26.Meucht verslyten u tijdt, Sap.5,17.En namaels een Croone der eeren draghen, 1.Pet.1,8.End' eeuwich zijn met hem verblijdt, Col.1,22.Die u van zonden heeft bevrijdt. Aendachtich met verlanghen, Stelt daer nae u begeert, 1.Ian.2,25.Op dat ghy de belofte meucht ontfanghen, 2.Pet.3,16.En dat ghy, alst al wordt verteert, matt.19,28.Met Christo eeuwich triumpheert. Phil.3,1.In hem wilt u verhooghen, Hy zy uws herten lust, 1.Pet.2,21.Na sijn voorbeelt wilt al ganghen vooghen Matt.25,1.Ghelijck een wys' Maeght wel gherust, Dat u lamp niet word' uytgheblust. 4.Esd.7,7.Alsoo ghy hebt begonnen, Mar.7.9.Den smallen padt te gaen, matt.10,22.Volhert tot dat ghy gantsch hebt overwonnen Sap.5,1.En voor Godt meucht met vreuchden staen 4.Esd.2,46.Van Christo Palmtacken ontfaen. Genes.4,13.Nemmermeer wilt vertsaghen

Aen Gods barmherticheyt,Psal.32,5. Maer wilt sijn jock met vreuchden gheerne draghen,Eccl.6,25. Dat u van hem wordt opgheleyt,matt.11,25. Soo Iesus Christus selve seyt. Sijn jock is Ioan.20,21.vreed' met namen, Goedich en vriend'lijck zijn, Barmhertich, mildt, en lieffelijck int ramen,Ephe.5,9. Sachtmoedich, end' ootmoedich fijn,Gal.5,22. Deuchtsamich tot elcken termijn.matt.11,24. Dit zijn seer soete dinghen, Om draghen hier niet swaer, Wel haer, die nu met lusten hier volbringen1.Ioan.53. Den wil van haren lieven VaerIoan.15,14 Sijn deucht verconden openbaer.matt.12,50. Op synen wille achten, En 'tgheen dat hem behaeght, Volbrenghen nu, uyt allen haren crachten,Deut.6,5. Om gheen dinck en worden vertsaeght Al worden sy daer om gheplaeght.mat.10,22. Corts sal haer pijn versoetenIoan.16,20 Int Hemelsche Convent:Apoc.21,1. Godt salse alsoo minnelijck ontmoeten, En prijsense als knechten jent,matt.25,21. Ons daden zijn hem al bekent.Hebr.4,13. Heere, 'tis ons begheeren,Psal.86.* Dat ghy ons bystant doet, En dat ghy ons gheloove wilt vermeeren,Luce,8,28. Bedouwen met uwen Gheest soet,Ioan.16,10 Om te verstercken ons ghemoet.Act.2,4. Tot dat wy sullen sterven, Houdt ons met uwer handt: En laet ons uwen troost altijt verwerven2.Thes.1,16 Gheeft ons het rechte onderpandtEphes.1,12. Door hem vercryghen wy het landt.Apoc.21,1. Eeuwich tot allen tydenPsal.135.* Word' uwen Lof verbreyt,Psal.145.*

Wy dancken, loven, en ghebenedyden, Vwe heerlijcke Majesteyt, Toont ons u goetheyt, Heer bereyt. Reyn liefd' heeft my ghedronghen, V te dichten dit Liedt, Anno 1591.Om dat ick sach u herte soo ontspronghen, In vreuchd', van 'tgheen dat was gheschiet, Eph.6,18.Wilt myner doch vergheten niet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het groote liede-boeck · Leenaert Clock · Poetry Cove