Maer nu ter tyd,
Geef ik om Leonoortje,
Hoe schoon zy is, geen Oortje,
'k Ben die Zotheid kwyt: ⩷
'k Wil om geen Meid myn vreugd verliezen;
Ik zal voortaen den Wyn verkiezen;
Want is men van het drinken moe,
Men slaept gerust tot 's morgens toe.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.