D.
D’ aandacht, ’t aardsch gewoel ontweeken.24
Daar vaart voor der Apostlen oog.130
Dáár, waar de hoofddrift woelt.39
Dáár, waar geen sterflijk oog U ziet.69
Dáár, waar men blinde drift laat kiezen.119
Dat in dit plegtig uur, ô zaamgekomen Vrinden.134
Dat, ô goede God en Vader.136
Dat ons hart niet word’ bedroogen.26
De Heer regeert, de hoogste Majesteit.9
De hulde voor uw aangezigt.113
De mensch neem kerk- en feestgebaar.37
Die God, die uit het niet ons schiep.100
Door geestdrift voor uw’ dienst, uw’ Tempel ingeleid.7
D’oprechte slaat het oog.36
GEZ.
De Roomsche Landvoogd, slaaf van ’s volks en ’s priesters woeden.121
De Schepper van ’t Heelal, eerst’ oorsprong van ons leeven.132
Des menschdoms kindschheid is lang heenen.101
Die zijn uuren moet besteeden.59