Morgengebed.
Hoe blij ontwaak ik, goede God,
Verkwikt door Uwen zegen!
'k Heb in de diepe duisternis
In Uwe schuts gelegen;
Daar menig een dees lange nacht
In pijn of angst heeft doorgebracht.
ô Laat my altijd dankbaar zijn,
Gy liefderijke Vader!
En breng my elken morgenstond
Het eeuwig leven nader:
Opdat ik, eenmaal, daar verschijn,
Waar 't eeuwig, eeuwig vreugd zal zijn!