Zesde tooneel.
Agamemnon, Euribates.
Agamemnon. Het kwaad, Heerszuchtige, dat gy my hebt bereid Zult ge op uw eigen kop zien, eêr ge 't waant, geleid. Maar sedert welk een tyd is dit verraad begonnen? Hoe heeft dit gruwelstuk toch plaats in 't hart gewonnen? Euribates. Hy hield op u den haat, waar meê THyëstes bloed Gestaadig tegen dat van Atreus heeft gewoed, Stilzwygend brandende, om in 't heerschen voort te vaaren: Hy heeft uit hovaardy hier niets toe willen spaaren.
Agamemnon. Heeft hy, terwyl ik uit Mycene was, zo lang Niets ondernomen 't geen tot heil of ondergang Der Koningin of van Orestes kan verstrekken? Zeg wat gy zaagt: ik wil dat ge alles zult ontdekken. Euribates. Myn Vorst, verschoon my. Agamemnon. Goôn! wat of dit wezen zal? Wat groot geheim! en wat verwonderlyk geval? 't Geen ik wil weeten, en dat gy me wilt verbergen! Spreek op: 'k gebiê het u. Euribates. 'k Zal uw geduld niet tergen. Hoor dan 't geen ik vergeefs verzweeg, uit zulk een mond Die alles trouw verhaalt, en dien gy trouw bevond. Op 't wuft gerucht, dat elk met my voor waarheid hoorde, Dat door de schipbreuk in de zee uw leeven smoorde, Begeerde in 't eind al 't volk, naar zyn verdwaasden zin Een Koning, moede van 't gebied der Koningin: Het dreigde, zo die eisch mogt worden afgeslaagen, Zelf tot een keur te treên naar eigen welbehaagen. Egistus, die hier toe het stuk had aangeleid, Wierd dan eenpaarig tot die hooge waardigheid Gekooren door het volk: men yverde ten lesten Om hem, door 't huw'lyk met de Koningen, te vesten Op uw beroemden troon, door list of door geweld, Hoe Klytemnestra zich hier tegen had gesteld: Egistus won ze in 't eind, en zy liet zich bekooren; Zy zou hem trouwen. Agamemnon. Zy hem trouwen! Wreede tooren
Der groote Goôn! ô al te bitt're minnenyd! Wat snood onthaal ontfang ik in myn hof! (ô spyt!) Op myne wederkomst! Ach! is dit zegepraalen? Zie daar de afgryslykheid van myn gevreesde kwaalen, Die door dat veinzen my zo blykbaar zyn voorspeld. Op een onzeek're maar, die myne dood vermeld, Dorst my de Koningin zo schandelyk ontëeren En in een oogenblik uit haar geheuge weeren! En door haar snoode min, die 't oproer bystand bood, Verkoose ze een Onderdaan tot haaren Echtgenoot. Hoe zeer was zy bezorgt myn asch by een te brengen? En hoe veeltyds of zy besteed heeft in het plengen Van haare traanen? Goôn! en gy, ô Griekenland, Dat ik gewrooken heb met myne stryd're hand! En gy, myn Zoon, kost gy dit met geduld aanschouwen? Liet uw kleinhartigheid de Muiters 't veld behouwen? Tegen Euribates. Terwyl ik Azië heb door myn arm verheert, En Griekenland door myn verwinning triomfeert; Terwyl ik, boven zo veel Koningen verkooren, De Faam myn daaden laat door alle Landen hooren; En al het waereldrond een stille vreê geniet, Door myne dapperheid en uitgestaan verdriet; Terwyl ik voor my zelf in duizenden gevaaren Van oorelogen op het land, en in de baaren, Verkreeg een glori en onsterfelyken naam, Onthoud myn Gaê de kroon myn' eenigst' Erfgenaam, En tracht myn Staat van myn doorluchtig bloed te rooven, Ja, door haar geile vlam myn glori te verdooven! Dit spyt een Vader en een Koning; en die hoon, ô Wreede Koningin en Moeder! smart den Zoon.
Euribates. De stoute muiters, die met booze uitspoorigheden 't Ontzagh, de majesteit, pligt, eer, en eed vertreeden, Vervoerden haar hier toe door duizend reên, myn Heer. Agamemnon. Hoe! zyn 'er redenen voor haar, om pligt en eer Te wederstaan? ô Die ondankb're! ô Spyt! De liefde Waar meê Kassandra, dat bekoorlyk beeld, my griefde, Week voor de liefde alleen van onzen huwlyksband: 'k Zond de Prinses geboeid van Troje naar dit Land, (Die goddelyke maagd, door zo veel glans verheeven) Om Klytemnestraas hart volkomen vreugd te geeven! En door die wreede, maar voor my te straffe daad, Gaf ik de Koningin verzeek'ring van haar Staat, En van dit hart dat steeds haar trouw was en geneegen.
Cookies on Poetry Cove