Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Darde tooneel.

Herodes, Mariamne.

Herodes. Bekoorlyk voorwerp, droog de traanen van uwe oogen. De magt eens Konings zwicht voor 't minlyk mededoogen Eens Minnaars. Ik beken dat myn rechtvaardigheid U kon verneed'ren voor het recht der majesteit: Maar hier streeft myn genade, en myne liefde tegen. 'k Voel, om uw minste smart, myn ziel op 't meest verlegen, En dat myn bloed zich met uw dierb're traanen mengt. Zie hoe uw troostloos hart, het myne in wanhoop brengt. 'k Verbreek de straf, die u myn gramschap heeft gezwooren. Met uw doodvonnis zoude ik ook het myne hooren. En zo 'k niet haastig u verloste van uw pyn, De weêrsmart in myn ziel zou ongenees'lyk zyn. Uw dood waar ook myn dood: één straf zou ons verderven, En doen d' aanklaager, als uw medestander, sterven. Zie nu op welk een wys myn lot aan 't uwe staat. Zo gy myn min, in plaats van weêrmin, loont met haat, En, noch kwaadaardig, u wilt op myn goedheid wreeken, Gebruik nooit meer vergif. Om my naar 't hart te steeken Hoeft gy geen wapens: neen, ô neen! als ge aan my toont, Dat gy met vyandschap myn zuiv're vriendschap loont, Zal ik, door zulk een leed, uw wreedheid haast vernoegen. Toon liever dat gy u weêr tot uw pligt wilt voegen, En, door 't belyden van uw schuld, aan 't hart geraakt Van naberouw, met schrik, de misdaad vloekt en wraakt. Mariamne. Men hoort wel aan de wys van dit geveinsde vleijen, Dat ge in 't verraaden, en het listige verleijen

Zyt uitgeleerd. Maar deeze uw moeite is al te groot: Om u van my te ontslaan, tot vord'ring van myn dood, Is uw bedrog genoeg. Herodes. Hoe! kunt gy noch vermoeden, Dat ik zou valsch op 't recht van een onnooz'le woeden? O Hemel . . . . Maar ik zie dat uw hardnekkigheid Spruit uit uw wanhoop, die u zelf genade ontzeid. Neen, vrees niet meer voor uw vergiffenis, noch leeven. 'k Heb aan de Liefde reeds hier toe myn woord gegeeven, En zal 't ook houden: maar hou gy ook op, dit hart Noch meer te kwellen met uw harteleed en smart. Mariamne. Doe liefst ophouden, met myn smarten, druk en lyden, Myn leeven: want de dood kan my alleen bevryden. Myn maagen traaden my hier in kloekmoedig voor: 'k Brand van verlangen, om te volgen op hun spoor. Herodes. Wilt gy dan sterven, om my 't leeven te beletten? En, tegens reden, pligt, natuur, en alle wetten, Helaas! ten tweedemaal op 't waardig leeven woên Van uw Gemaal en Vorst, het geen gy moest behoên? Schoon dat gy wierd van ys, en ik van vuur bevonden, De Hemel heeft myn ziel zo vast aan u verbonden, Dat men uw leevensdraad niet kan verlooren, neen, Ten zy de myne werd op één tyd afgesneên. Mariamne. 't Gaat vast, ten minsten, als uw leeven is verloopen, Dat ik van 't myne geen verzekering kan hoopen, En deeze voorzorg van uw min, zo wreed als snood, Zal op uw sterfdag ook bevorderen myn dood. Dit is, dit is 't bewys van uw volmaakt beminnen.

Herodes. Die reên zyn duister te begrypen voor myn zinnen. Mariamne. 't Zyn duist're reên, daar gy inwendig 't licht van ziet. De zaak is al te klaar. Herodes. Ik weet die waarlyk niet. Mariamne. Toen gy, Lafhartige, van vrees waart ingenomen, Gedagvaard zynde om voor Augustus recht te koomen, Zo was myn dood bestemd, die gy rechtvaardig vind. Herodes. Hoe! voor Augustus? Ach! dit woord alleen verwint My alle duisterheid. Nu ben ik onderweezen Van 't geen u aanhitst, en van 't geene ik heb te vreezen. 'k Weet nu de reed'nen, die vermeerd'ren uwen haat, En hoe myn ontrouw volk ondankbaar my verraad. Ik merk, Sohemus heeft u heimlyk onderhouwen Van deeze zaak, Mevrouw. Mariamne. Hoe! zoud gy hem mistrouwen? Hem, buiten wien ik al uw wreede daaden weet? Herodes. Wat brouwt zyn trouwloosheid my schriklyk harteleed! Myn Lyfwacht!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove