Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Zesde tooneel.

Iöle, Philoctetes, Kleon, Dirce.

Iöle. 'k Zoek u, myn Heer. Philoctetes. Helaas! wat is myn hart belaân! O Hemel! ach Mevrouw! wat moet ik u verklaaren! Iöle. Vrees niet, myn Heer; men kwam my alles openbaaren. Ik weet dat Herkules my mint. Philoctetes. En ik noch meer. Hy wil u trouwen, ach! en heeft, als Opperheer, De zorg, om u daar toe te dwingen, my geboden. Iöle. Aan u, ô Prins! Helaas! wat hoor ik, groote Goden! Holt dan zyn liefde, als die begint, dus zonder toom? Hoe! zou de Hemel dit gedoogen? Neen, ik schroom Hier voor vergeefs; want die heeft, op myn droevig smeeken, Rechtvaardig 't snood besluit, dat hy nam, willen breeken; En Dianira komt, om ons uit onze elend' Te redden, in dit ryk; en Herkules erkent, En vreest den minnenyd van haar vervoerde zinnen. Zy zal zyn gunst licht met een lonk, een zucht herwinnen. 'k Zocht u, om dit geluk aan u te ontdekken. Philoctetes. Ach! Wat yd'le troost! Hy wil dat zy op deezen dag, Die haar bragt herwaarts, weêr vertrekke; en, onbewoogen

Voor haar verdriet en recht, bant hy haar uit zyne oogen; En ik, ik zelve moet, door zyn vervloekt gebod, Verhaasten haar vertrek. Welk een tyrannig lot! Iöle. Wat zeg, wat denk ik? Van de rampen die 'k moet vreezen? Zal ik 't slagtöffer licht, en gy gehoorzaam wezen. Philoctetes. 'k Gehoorzaam, doch uit vrees van zyn vermoogen niet, Maar door de liefde, die 't veel sterker my gebied. 'k Schroom door myn weig'ring niet zyn onverzoenb'ren tooren, Maar uw afweezen, dat my daar door word beschooren Zo 'k ongehoorzaam ben, derve ik uw glans, Mevrouw. Maar zult ge u ook aan hem verbinden door de trouw? Iöle. Hoe! denkt gy dit, myn Heer? Zaagt ge ooit iets in myn leven, Dat u kon reden tot dit misvertrouwen geeven? Trachtte ik myn staat, van 't los geval ter neêr geveld, Weêr op te beuren? Of nam ik, in dit geweld, Myn toevlucht immer tot aantrekkelyke lonken, Om 's Overwinnaars hart tot my in gunst te ontvonken? O neen! en sints dat gy my troostte, en bystand bood, Verzuchte en weende ik niet, dan om myns Vaders dood; Alcides houdende in myn hart voor een Verraader, Hem haatlyk aanziende als den Moorder van myn Vader. En, schoon hy, breekende zyn eerste trouwverbond, My zelf verklaar' zyn min, zyn huw'lyk, door uw mond, Meent gy, gy Prins, dat my die glory kan behaagen? Gy zyt, gelooft ge dit, wel waard die straf te draagen. Uw Medeminnaars last hebt gy met minder schrik, En meer kloekmoedigheid licht aangehoort dan ik. Hoe 't is, 't zy dat ge u tot gehoorzaamheid zult voegen; Dat Dianira ga, of blyv'; dat met genoegen

Haar trouw'looze Echtgenoot haar om vergiff'nis smeek', Of zyn gehaate vlam in grooter vuur ontsteek'; 'k Zal, zonder veinzery, myn hart aan u verklaaren. Niets zal'er, in myn gunst tot u, verand'ring baaren; En, zo uw hart getrouw verpligt blyft aan myn min, Verliest gy 't myne nooit, dan met uw wil en zin. Philoctetes. Prinses, welk een geluk! wat heil is my beschooren, Het welk uw schoone mond genaadig my laat hooren! Iöle. Ga, zie de Koningin; want Herkules, myn Prins, Wacht u te lang. Zeg, uit myn naam, dat ik geenszins Kan d' Overwinnaar van vorst Euritus beminnen. Maar boven al, verberg de blydschap van uw zinnen, Die myn genegenheid en trouw u heeft verwekt. Het is met u gedaan, zo gy maar iets ontdekt Dat gy zyn hoop belet. Ga, wil u derwaarts spoeden, Zyn last volvoerende voorkoomen zyn vermoeden. Wees by hem, spreekende van my, zo onbedeesd, Als of gy nimmer waart op my verliefde geweest.

Einde van het Eerste Bedryf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove