Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vierde tooneel.

Arsinoë, Attalus, Cleone.

Arsinoë. Hoe! gy ontschuldigde u by hem? ô welk een spyt!

Daar hy u dorst zo trots in 't aangezicht braveeren! Attalus. Zo snel een overval kon schielyk my verheeren. 'k Schrik van zyn komst: die breekt uw toeleg onverdacht. Arsinoë. Neen, Attalus, Ô neen! hy stelt zich in myn magt. Vlieg, uit myn naam, (de tyd kan 't wachten niet gehengen) By d' Afgevaardigde van Romen. Wil hem brengen Alleen en onverzeld in myn vertrek, en laat Aan my bevoolen het geluk van uwen staat. Attalus. Maar zo men moet, Mevrouw. . . . Arsinoë. Ga, gy hoeft niets te vreezen. Men spaar' het oov'rige, om voorspoediger te wezen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove