Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vyfde tooneel.

Salome, Pheroras.

Salome. O Hemel, welk een liefde! Pheroras. Ach! welk een spoorloos blaaken? Salome. Hy schynt betoverd en vergiftigd, ons ten spyt. Maar 't is noodzaakelyk, met zorg, met kunst en vlyt, Die toveryën op het spoedigst te verjaagen. Pheroras. Mevrouw, zo groot een liefde is een der zwaarste plaagen. Om die te heelen is het best naar tyd gewacht; Want alle moeite is nu vergeefs en zonder magt, Dewyl dit snood vergif vermeestert al zyn reden. Salome. Laat, daar de magt ontbreekt, de list in arbeid treden. 'k Haat Mariamne met een doodelyken haat, Die geenszins eêr, dan met haar leeven, my verlaat. De hoon die ons geslacht moet van haar trotsheid draagen, Roept wraak, en dreigt haar hoofd met onweêrstaanb're slaagen. Kom, laaten wy ons zelf hier nader op beraân. Ik zal haar ondergang verhaasten, of vergaan.

Einde van het Eerste Bedryf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove