Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vierde tooneel.

Ladislaus, Frederik.

Ladislaus, ter zyde. Wat is het my een last dat ik haar zie vertrekken! 't Verrukt my uit my zelf. ô Welk een wreede stryd! Helaas! hoe word myn borst verscheurt van minnenyd! 'k Zocht u uit 's Koningsnaam, om u iets voor te draagen. Frederik. Nooit zal myn hart de wet, die hy my geeft, mishaagen. Ladislaus. 't Is u bekend dat hy uw dapperheid waardeert, En 't is rechtvaardig als hy u verheft en eert. Uw roem en achting is eerst uit uw deugd begonnen: Die zelve deugd heeft ook myn haat op u verwonnen, En dwingt my dat ik in uw voordeel spreeke en pleit'. Ja, Hartog, het is tyd, dat u rechtvaardigheid Betaal' het loon, 't geen zelfs de Koning heeft gegeeven In uwe keur: ik wil daar niet meer tegenstreeven. Gebruik die magt, en eisch dan uw verdienden loon. Kies, kies de boeijens van de liefde, voor de kroon. Ontdek den Koning nu het voorwerp van uw lyden, 'k Verbiede u dit niet meer. Wat zal 't myn ziel verblyden Als uwe dapperheid beloont werd, braave Held! En zonder dat zich myn belang hier tegen stelt! Frederik. Myn yd'le hoop, gesterkt door myn vermeetelheden, Streelde eertyds zacht myn min, zelf met een schyn van reden; Maar sedert dat ik in uw ongenade kwam, Sloeg een verachting neêr den hoogmoed van myn vlam. Ladislaus. In plaats dat ik de hoop zou van uw liefde breeken, Heb ik den Koning van uw huwlyk wezen spreeken.

Hy gaf daar toe zyn woord: en, zo 't uw ziel behaagt, Biede ik myn dienst u aan by 't voorwerp daar ge om klaagt. Frederik. Het woord des Konings is vergeefs voor myn verlangen, Indien ik 't niet mag uit haar schoonen mond ontfangen. Ladislaus. 'k Meen dat de middelen daar toe zeer licht zyn. Frederik. Ach! Door u is 't dat ik niets op haar gemoed vermag. Ladislaus. Myn staat vermogt niet op uw eed'le deugd. Frederik. Myn krachten Niet op uw haat. Ladislaus. Verhef de hoop van uw gedachten, Nu dat de myne voor myn staatsbelangen zwicht. Frederik. Myn min, vernederd voor uwe oogen, eert myn pligt. Een ziel, die eens van 't vier der liefde is ingenomen, Kan tot verandering geenszins zo haastig koomen. Aan de eerste zorgen en verbeelding al te zeer Zich overgeevende, verdryft zy lichtelyk weêr Een ongenoegen, en ontvlamt gelyk te vooren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove