Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Eerste tooneel.

Enarus, Phedra.

Enarus. Zulk een verandering gaat myn begryp te boven. Het is de waarheid, en ik kan het pas gelooven. Zou Thezeus dan, na zulk een zuiv're min, bestaan Het schoone Voorwerp van zyn liefde te verrâan? 'k Zie in de wreedheid van dien fellen slag, met beeven, De wanhoop die hy zal aan Ariadne geeven: En, wyl ik straks by haar myn wanhoop, liefde, en pyn Afbeeldende, van haar verzocht beklaagd te zyn, Wilt ik meê, op myn beurt, haar lyden wel beklaagen. Men kan 't verlies van 't geen men mint veel lichter draagen, Als 't hart geen hoop heeft, 't welk word door den tyd geheelt. Maar als een schoone hoop, die 't hart heeft lang gestreelt, Gaat, met de inbeelding van het huw'lykszoet, verlooren, Dat is de grootste blyk van 's hemels straf en tooren. Phedra. Vorst, Ariadne is hier een droevig voorbeeld van. Zo uw vermoogen haar verdriet niet stuiten kan, Daar 's niets waar meê ik weet haar kwelling te overwinnen. Een ongeneesb're smart verrukt haar hart en zinnen. Enarus. De liefde, welke ik voor haar heb, weet gy het meest: Die bied haar alles aan: maar, ach! ik ben bevreesd, Dat deeze liefde niets zal op haar hart vermoogen. Zy wyt misschien my, dat haar Thezeus heeft bedroogen. 't Is in myn hof daar hy een and're Schoone vind; En, moogelyk zal zy, door haare drift verblind, Zich, van zyn nieuwe vlam, op myne liefde wreeken.

Phedra. 'k Kon zyn dat zy, schoon ze is van Thezeus min versteeken. Haar wraak niet door uw Echt zal neemen van haar smaad. Gy kunt wel hoopen, doch u niets, in deezen staat, Belooven. Maar, wat ze ook hier over mogt gevoelen, Na deezen hoon, die haar verlaaten vlam moest koelen, 't Zy dat ze uw liefde aanneeme, of weiger'; zo verbind U de eer dat gy daarom haar niet te minder mint. Gy kunt haar steeds een stut verstrekken, en verweeren: Dit is het dat ik kom, voor haar, van u begeeren. En Krete dwingende u tot de oorelog om haar, Zo geef ze aan Minos toorn niet over, noch 't gevaar, Dat zy, om haare vlucht, onmoog'lyk kan vermyden. Enarus. 'k Zal alles durven, om haar hier van te bevryden. Mevrouw, 'k verzuimde 't recht veel liever van myn kroon, Dan zulk een dier belang: behaagde 't aan de Goôn, Dat deeze zorg alleen haar ongerust deed leeven! Phedra. Zie welk een smart haar die verandering kan geeven. Dit zegt u haar gelaat, verkwynd van droeve spyt. Gy leeft uit haar gezicht wat pyn ze in 't harte lyd

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.