Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vierde tooneel.

Herkules, Philoctetes, Lichas, Kleon.

Herkules. Wat word myn min verrast, En in haar zoetste hoop bestormt met bitterheden! Ach! 'k denk nu aan den last, dien 'k onbedacht . . . . Lichas. Wat reden, Heeft zy, om u dus ver . . . Herkules. Voor myn vertrek stond ik, Geperst door haar geween op yder oogenblik, Deeze onverwachte komst haar toe; dat zy haar Staaten, Toefde ik te lang, om my te volgen, mogt verlaaten: Ja, 'k wenschte meer dan zy na zulk een zoet vermaak. Maar, nu 'k niet meer in 't vuur van haare liefde blaak, Zo wil beletten, om geen grooter twist te ontsteeken, Dat wy elkanderen ooit moogen zien, of spreeken, Ik vol van afkeer, zy vol van mistroostigheid. Philoctetes. Hoe kan zy dit onthaal, dat haar zo wreed ontzeid Uw tegenwoordigheid, van uwe deugd verwachten?

Herkules. 'k Zal echter haar niet zien, noch hooren haare klagten, 'k Wil dat men haar terstond belast' dat zy vertrekk', Eêr zy myn liefde meer verhindering verwekk'. Ik geeve u deezen last Philoctetes, ter zyde. Die my van angst doet beeven. O Hemel! Herkules. Eêr ge aan haar dit zult te kennen geeven, Zo ga by Iölé. Vertoon haar wat de kracht Van myn getrouwe min heeft deezen dag volbragt; En poog haar koude borst in wedermin te ontvonken, Terwyl 'k onlesbaar blaak van haar vergoode lonken. 'k Zal haar niet eerder zien, voor dat ik heb gehoort, Of gy haar door uw zorg hebt tot myn min bekoort.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove