Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Vierde tooneel.

Ariadne, Thezeus, Phedra, Nerine.

Ariadne. De rede in 't eind verwon de gramschap van myn zinnen. Men kan zo licht de kracht der liefde niet verwinnen. Zo dit aan ons stond, ik, ik zou, met minder smart, Betreuren myn verlies, terwyl dat zy uw hart Dwingt tot een and're min. 'k Zal 't niet meer tegenspreeken; En nu 't onmoog'lyk, van een nieuwe vlam ontsteeken, Aan my kan wezen, eisch ik slechts uw medely, En zorg voor myn belang. Zo 's Konings huw'lyk my, Door zynen troon, alleen behoên kan voor 't vervolgen Van Minos, die op my rechtvaardig is verbolgen, Zo baane uw huw'lyk my den weg daar toe. Indien Ge een ander, zonder 't recht van 't Godendom te ontzien, Voor 't echtältaar uw hand in elks gezicht zult geeven, Dan zal ik, met myn hand, u poogen na te streeven: Ontslaagen, door uw Echt, van myne trouw, zal ik Ook schikken van my zelve op 't eigen oogenblik: En, om aan 't heil dat gy my aanwyst, te geraaken, Zo laat al 't noodige hier straks toe vaardig maaken. Verhaast den slag, die ons voor eeuwig scheiden zal. Gy hebt veel meer belang dan ik in dit geval.

Thezeus. Mevrouw, 'k heb niet . . . . Ariadne. Antwoord my niet: maar zo gy heden Zucht om myn ongelyk, verwonnen door de reden; De wroeging van uw ziel zal, eêr gy 't denkt, my licht Meer zeggen, oop'nende u 't misdaadige gezicht. Myn Zuster midlerwyl, met myn verdriet belaaden, Hoort u, en weet waar op ge uw verder moogt beraaden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove