Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Achtste tooneel.

Klytemnestra, Doride.

Klytemnestra. ô Hemel! welk een schrik! Had ik dit ooit vertrouwt? Waar kan verwondering ooit meer verbaasdheid maaken Dan in myn hart? Wat heb ik al gehoort? Wat zaaken! Kassandra blyft noch hier: Egistus brouwt verraad; En om myn schande en straf te mengen in zyn haat: Ben ik gevangen; en men meent dat ik, geneegen Tot dit verraad, het zou als medestandster pleegen. Misschien is 't waar, helaas! dat zyn vermetelheid Niets deê dan op de hoop daar 'k hem meê heb gevleit. Doride. Mevrouw, wat is uw lot een lot vol moeilykheden! De Vorst gelooft niet dat ge uw trouw hebt overtreden, En deel in d'aanslag naamt, dien hy vol gruw'len vind: Het is wat anders dan verraaden: hy bemint Kassandre; en zulk een liefde en ongeregeld blaaken Bewyst dat hy u zoekt alom verdacht te maaken. Klytemnestra. ô Ja, Doride, ik weet, ik zag het dat zyn gloed Door alles, 't geen zyn echt kan schenden, word gevoed. Maar wat voor hoop, wat troost en hulp zal ik nu zoeken, Waar meê men doov' de vlam die 'k eeuwig moet vervloeken? Laat ons hem eerst zyn deugd, zyn Zoon, zyn eer, en pligt Voor oogen stellen in een zaak van dit gewigt. En als ik dan zyn min niet weder kan verwerven, Zo zal ik sneuv'len, of Kassandra zeker sterven.

Einde van het Tweede Bedryf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove