Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Tweede tooneel.

Herkules, Iöle, Dirce. Lichas.

Herkules. Ja, Mevrouw, ik ben't, en kom verstaan Het lot van myne vlam, waar op ge u zoud beraân.

Gy moet dit oogenblik uw hart aan my verklaaren. Iöle. Dat is bereid, myn Heer, om straks met u te paaren. Herkules. Wat hoor ik? wat besluit! wat onverwachte vreugd! Na dat ik heb zo lang vergeefs getracht uw deugd, Uw goddelyk gezicht en schoonheid te behaagen. Hoe schielyk komt de zon van myn geluk te daagen! Welk een verandering! Iöle. Ze is groot: maar 's Hemels magt Verandert licht een hart, dat ons onmoog'lyk dacht. Die heeft het myne meê verandert, dat op heden Alleen leeft om met u naar 't echtältaar te treeden, En, schoon 't dit onrecht smart, ja 't zich hier tegenzet, Daar 's een noodzaaklykheid die my verstrekt een wet. Ik was, gevoelende des Prinsen minnewonden, Aan hem bedekt door een verliefden band gebonden. Dien breek ik, om dat ik hem 't leeven spaaren zou. Ja, met zyn vryheid koopt ge alleen myn liefde en trouw. Herkules. O welk een zoet baart dit aan myn verliefd verlangen! Iöle. Maar Philoctetes is noch als voorheen gevangen! Herkules, tegen Lichas. Vlieg straks, om hem te ontslaan, terwyl hy strekt voor 't loon Van 't waardig huw'lyk, dat ik wenschte van de Goôn. 'k Ga, op uw trouw gerust, de huw'lykspracht bereiden, Om u in hemelglans straks tempelwaarts te leiden; Terwyl ik 't Godendom door een groote offerhand' Beweege, op dat het kroone onze echt en minnebrand.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove