Eerste tooneel.
Herodes, en Gevolg.
O wreede Jaloezy, bedekt met schoone verven! Gevaarelyke slang, welk alles kan verderven! En dochter van de min, die zelf haar moeder moord! Draak, die geduurig waakt, en eeuwig ziet en hoort, Door honderd oogen, en door honderd listige ooren! Die alles neemt verkeerd, en alles acht verlooren! Hebt gy niet lang genoeg my dag en nacht geplaagt? O onverzaadb're gier, die onophoud'lyk knaagt! Vlieg, vlieg voor eeuwig weg uit myn gemoed en oogen, Verkeerde uitlegster, en verspiedster vol van loogen, Die al myn zinnen houd betoverd, en my doet Verdrukte Onnozelheid versmooren in het bloed! Kon dan Sohemus dood uw wraak noch niet verkoelen? Moet Mariamne zelfs den schrik des doods gevoelen? Maar hoe! den schrik des doods gevoelen? Weet gy niet, Dat ge in haar nadeel een doodvonnis hooren liet? Als een misdaadige, en gedoemde, is zy op heden Ter dood gebragt, helaas! zy is niet meer beneden Op 't aardryk; of ik ben verraân, zo zy noch leeft, Of ongelukkig, zo men my gehoorzaamt heeft. Myn leeven loopt gevaar, leeft zy; en 'k moet haar volgen Indien de Schoone is dood. Wreed noodlot! ô verbolgen, En felle smarten! ô afgrys'lyk gruwelstuk! Ik vind my zelf alom verward in diepen druk, En op wat weg zich myn gedachen laaten voeren, 'k Ontmoet'er droefheid, vrees, en schrik, die my beroeren. Gaan we den loop zien van haar noodlot. Hemel! ach!
Zo zy noch 't licht aanschouwt, zal ik op deezen dag, Door de edelmoedigste genade en gunst, verkeeren De droeve lykpraal in een vrolyk triomfeeren. Maar Narbal nadert my: ik lees, helaas! heel licht Myn droevig ongeluk, in zyn beschreid gezicht: Hy beeld het troostloos af.
Cookies on Poetry Cove