Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Achtste tooneel.

Prusias, Flaminius, Arsinoë, Laodise, Attalus, Cleone.

Prusias. Neen, neen, hier ziet ge ons beide, om, in dit ongeval, U te beschermen, of te sterven voor uwe oogen.

Neen, laat ons sterven: laat ons sterven, onbewoogen; Ons leeven eindelyk onttrekken, 's vyands wraak, Aan hem belettende de glory en 't vermaak, Dat hy aan ons niet zyn geweld kan laaten blyken. Laodise. Die wanhoop kan den Prins veel meer verongelyken, Dan of gy hem noch eens naar Romen zond. Mevrouw, Gy moest hem kennen, en, terwyl hy heeft myn trouw, U zelf verzekeren dat hy myn deugd is waardig. 'k Verachtte hem, indien zyn hart niet zo rechtvaardig Als edelmoedig was, en aan het myne niet Voldeed alle achting, die hy voor my blyken liet, Zich altoos toonende gelyk van ziel en zeden. Maar 'k zie den Held voor u verschynen: gy kunt heden Oordeelen, of ik ken zyn deugd, en hy zyn pligt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove