Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Achtste tooneel.

Genserik, De Keizerin, Hunnerik, Ispar, Amilkar.

De Keizerin. Kom, kom aanschouw uw Zoon, in uw onmenschlykheden; Uw Zoon, die door een Vrouw verliest het leevenslicht.

Kom, kom; vermaak, verzaad hier meê uw wreed gezicht. Hunnerik. Laat ons hem helpen. Hy gaat binnen. Genserik. Ach! wat zegt gy? welke zaaken? Goôn! De Keizerin. Dat Sophronia, van dolle liefde aan 't blaaken, Verblind van minnenyd en wraak, Prins Trasimond Met een verwoede hand heeft doodelyk gewond. Hy laat voor de oogen van myn Dochter reeds het leeven. Ja, 't doodlyk staal, dat hem wierd door de borst gedreeven, Doorboorde my het hart, en ik verloor den moed, Als ik hem 't leeven zag verliezen met zyn bloed. Maar denk niet dat het was uit liefde of mededoogen, Neen, dit belang deed my een grooter zaak beöogen. Hy bad myn Dochter aan: ik hoopte, in het begin, Dat uw verderf de vrucht zou wezen van zyn min. Maar ach! zyn liefde is nu met al myn hoop verlooren, En met zyn leeven deed de dood myn aanslag smooren. Nu is 'er niets meer dat uw wreedheid dwingen kan. Ga, tot vervulling van uw gruwelen, Tyran; Ga, kus de hand, die stout uw eigen Zoon vermoordde, En 't bloedig staal, dat hem 't grootmoedig hart doorboorde. Vrees niet dat 's Hemels wraak u met haar bliksem 't hoofd Verpletten zal tot stof: neen; 'k heb al lang gelooft, Nu gy het leeven houd, Ontmenschte! dat de Goden Geen bliksems hebben, noch geen magt om u te dooden. Genserik. Ik antwoorde u terstond op die verwoede reên; Doch, ga zo lang, Mevrouw, in uw vertrek alleen.

De Keizerin. O Monsterdier! vervloekte, ontaarde en snoode Vader, Dien 'k eeuwig haaten zal! waarom, waarom, Verraader, Geeft gy geen wreeder last, om my van u te ontslaan?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove