Negende tooneel.
Oresters, Pylades.
Orestes.
Ze is dan ontzield! en op dien stond, (ô wond're zaak!)
Wanneer myn Vader my haar toestaat, en geneegen,
Zich heeft getoont haar tot myn huwlyk te beweegen!
En ik verlies haar weêr! en, 't geen myn smart verzwaart,
Door myne Moeders last, van alle liefde ontäard!
Wat doe ik? Ach! wat moet ik vlieden, vreezen, hoopen?
Kom, heel myn smart en volg.