Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Zesde tooneel.

De Keizerin, Eudoxe, Sophronia, Camille.

Sophronia. Ik ben om u verlaaten, Maar, in de plaats van u door minnentyd te haaten, Verzekert u myn hart, uit vriendschap, hoe dat ik De nieuwe minnevlam en wensch van Hunnerik, Ten koste van myne eer, met vreugde zal verdraagen, Mogt ik hier door het eind bevord'ren van uw plaagen. Ik beef, wanneer ik zie wat dat men u bereid. Denk eens hoe verr', hoe hoog de wreede onmenschlykheid Van een Barbaar kan gaan, die eeuwig u doet beeven, En niets ontziet, of 't schoon uw eer raakt en uw leeven! De Keizerin. 'k Blyf u verschuldigd voor zo groot een dienst, Mevrouw. Doch uwe Minnaar blyve om ons u vry getrouw.

Ik zal, in wat gevaar dit opzet my mogt brengen, Het bloed van Genserik nooit met het myne mengen: En Romen zal nooit zien den stichter van haar druk, Haar droevig leed, en myn beklaaglyk ongeluk. . . . Sophronia. Maar, schoon Prins Trasimond, en Hunnerik als looten Van die vloekwaarde stam zyn uit één bloed gesprooten; Zy hebben nooit gelyk in uwen haat gestaan, En gy ziet Trasimond met meer behaagen aan. De Keizerin. Wat reden kunnen tot dit oordeel u beweegen? Was ik ooit meer, Mevrouw, tot Trasimond geneegen? Sophronia. Ja, gy verbergt my al te veel, in deezen nood, Wat uwe gunst voor hem, en zyne min besloot. Hy heeft aan my vertrouwt zyn aanslag, hoop en schroomen. Myn hart, hier door geraakt, heeft alles ondernomen Voor uwe vryheid: ja, 'k doe alles wat ik mag. 'k Meen door een aanslag, voor my waardig, deezen dag Aan een ondankbaar Prins myn leed en hoon te wreeken. De Keizerin. 't Is waar wat Trasimond, Mevrouw, u kwam te spreeken Van 't voordeel en 't geluk van zynen minnebrand: Ja, alles dat welëer zyn moed en strydb're hand Voor ons gedaan heeft in Karthaag, en binnen Romen, Zal ook voor de ooren der Romeinsche helden koomen, Als daaden, waard aan die van myn beroemd geslacht. Zo 'k met myn Dochter hem de rykskroon, die met kracht, En onrechtvaardigheid ons is ontrukt, kon geeven, 'k Zou door zyn heldenmoed op 't heerlykst zien herleeven De eer der Romeinen met een nieuwe majesteit. De Hemel ondersteun zo zyne dapperheid,

Dat wy 't Karthaagsch gebied met vreugd verlaaten moogen. Gelooft gy wel, dat hy het doelwit zal beöogen Van 't geen hy voornam te volvoeren deezen nacht? En zullen, tot zyn hulp en aanslag, al de magt Van uwe vrienden, en de zyne zich verbinden? Om zo gelykelyk zich alles te onderwinden Voor onze vryheid . . . . . . Sophronia, ter zyde. Goôn! 'k ontdek in de Prinses, Helaas! dan eindelyk myn Medeminnaares. Tegen de Keizerin. 'k Zie u vergeefs uw ziel met vrees en zorgen krenken. Elk zal hier meer in doen dan gy zoud kunnen denken. Gy zult aanschouwen of ik hem, die my versmaad, Kan straffen, en hoe verr' dat myn verwoedheid gaat. Ja, welk een uitslag ook deez' aanslag zal gebeuren, De Ondankb're zal wel haast met klaagen, zuchten, treuren, Betaalen 't weigeren van zyn genegenheid. De Keizerin. De Koning komt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove