Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Tweede tooneel.

Sophronia, Ispar, Justine.

Sophronia. Wat moet ik hoopen, en wat doen voor Trasimond? Ispar. Men maakt begin met hem een treurspel aan te vangen. Maar dank de Goôn: al't volk is reeds in uw belangen. Nooit zag men yver zo gesterkt met moed en kracht. Het heeft de havens reeds verzekert, en met magt De poorten van Karthaag in hun geweld gekregen; En door een heilzaam lot, tot u, zo 't schynt, genegen, Smelt deze meenigte uw belangen onder een Met die van Trasimond: men hoort naar recht noch reên, Noch koninglyk gebod; daar uwe, en zyne vrinden, Voor uwer beider heil, zich blindelings verbinden. Elk wil dat Trasimond in vryheid werd hersteld; Dat Hunnerik u trouw'. Dewyl gy nooit gemeld, Maar kunstig hebt ontveinst, uw hoop en minnesmarte, Meent yder dat deeze echt de wensch is van uw hare. De traanen, die men straks, als tekens van uw rouw,

Op uwe waagen zag, gelyk een paereldouw, Verwekten 't hardste hart tot deernis; en uw klaagen Heeft meer gedaan, dan als men ooit zou durven waagen. Maar Genserik, verbaasd in zulk een ongeval, Weet niet hoe hy 't geweld der muiters stillen zal; Terwyl de wroeging drukt een schrik in zyn gedachten, Die hem in vrees laat voor de Roomsche wraak, en magten, Waar door zyn leger op een 's anders grenzen leid. Men kon nooit meer geluk, noch meer geneegenheid Begeeren van de Goôn, om ons te ontslaan van plaagen, En 't slaafsche juk dat ons die Rykstyran laat draagen. Sophronia. De Goden schikken 't naar hun wil met Afrika: Ik heb geen staatsbelang, maar min; wiens ongenaâ Myn rampen maakt, en blyft hardnekkig door myn zinnen. Indien de burgery 't paleis niet tracht te winnen; Zo Genserik aan hun begeerte wederstreeft De vryheid van den Prins, waar dat myn hart door leeft; Zo die Eudoxe blyft beminnen, my verachten; Haar aanbid, myn gebeên versmaad in zyn gedachten, Dan zal de wanhoop zyn myn hoop in dit verdriet. Ispar. Tot zulk een uiterste, Mevrouw, zyt gy noch niet: En, hoe verward ook schyne onze aanslag, wil niet vreezen, Dat de uitslag voor uw min zal ongelukkig wezen. Maar 'k hoor de Koning komt. Verberg toch, kan het zyn, Uw spyt,uw gramschap, en verwoede minnepyn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove