Skip to content
1731

Tooneelpoëzy

Katharina Lescaille

Negende tooneel.

Herodes, Salome, Thamar, Thares, Judas.

Herodes. O gruw'lyke ontrouw! ô wat onverdraagb're schanden, En onverzoenb're spyt! Vervloekte huw'lyksbanden! Verdoemelyke Vrouw! zy heeft dan in haar zin Om my te dooden? my! daar ik uit treed're min, Om haare gunst alleen, wel alles wou verachten! Salome. Gy moet u straks van haar verzeek'ren, of verwachten Een schrikkelyke dood. Voorkom, voorkom 't verraad, Eêr 't u, en ons verderv'. Herodes, tegen Thares. 'k Wil, Thares, dat gy gaat Straks naar de Koningin, om haar bekend te maaken, Zo stil als 't mooglyk is, dat in myn Ryksraad zaaken Van zonderling belang zo daadlyk zyn gebragt, Daar ik haar byzyn op het hoogste noodig acht: En zeg haar dat zy zelf moet zonder toeven koomen. Dat dit bevel toch werd zorgvuldig waargenoomen.

Thares. Gy zult in my steeds zien een ongeveinsde trouw.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tooneelpoëzy · Katharina Lescaille · Poetry Cove