Zesde tooneel.
Theodora, Izabelle.
Theodora.
O Hemel! welk een stryd voel ik in dit geval,
En in my boezem een vergift dat ik moet vreezen!
'k Wil schynen voor de kracht der liefde vry te wezen,
En de onverschillendheid baart straks my zulk een pyn.
Ik kan in eeuwigheid, helaas! voor hem niet zyn,
En, zonder liefde voor zyn gaaven, niet gedoogen
De liefde die hy geeft een ander voor myne oogen.